Op de foto wachtende mensen onder toezicht van een agent en een militair voor het distributielokaal aan de gasfabriek op de Havenweg; fotograaf Gebroeders Janssen.

Boter en vleesch

Dinsdag 11 augustus 1914 stond de afkondiging, dat de gemeente Helmond met onmiddellijke ingang krachtens Koninklijk besluit in staat van oorlog is verklaard, groot op de voorpagina van de Zuidwillemsvaart.

Er werd op gewezen dat men zich aan levensgevaar blootstelde als men niet gehoorzaamde aan het bevel van een schildwacht. Het militaire gezag verbood iedereen zich uit te laten over militaire maatregelen. Deze afkondiging gold voor geheel Noord-Brabant, Limburg en Zeeland en deel van Gelderland.
 
Op 3 augustus waren de Duitsers België binnengevallen. Sindsdien stond de krant vol verontrustende berichten over de gruwelen van de Grote Oorlog. Krantenkoppen over fusillades, moordend vuur, wagens vol lijken en martelingen wakkerden de angst aan. Hoewel Nederland neutraal was, had deze oorlog toch voelbare gevolgen. Om die neutraliteit te verdedigen waren landelijk 200.000 mannen gemobiliseerd. Door gebrek aan grondstoffen waren de fabrieken nog maar vier dagen in bedrijf. Steeds meer Belgische vluchtelingen kwamen de grens over en moesten worden ondergebracht. Mensen die de honger vreesden gingen over tot hamsteren, en al gauw gingen goederen op de bon. Op 11 augustus dachten enkele oproerkraaiers na hun natje nog wel een droogje te kunnen krijgen. Ze vielen mensen lastig met hun vraag naar brood. Ze drongen woningen binnen en eisten niet alleen een boterham, maar wilden daar ook “boter en vleesch“ op. Politieagent de Gouw wist een van die personen te arresteren met het gevolg dat zes anderen zich naar het achter het stadhuis gelegen politiebureau begaven. De meest dronken persoon van de groep werd gearresteerd. Dat maakte de dreiging echter nog groter; het verzoek om te vertrekken werd niet nagekomen, ze wierpen zich massaal op de politie. Agenten de Gouw, Jenniskens en Wildenberg moesten zich met hun wapenstok verweren. De inspecteur werd op de grond in elkaar geslagen en getrapt en verloor daarbij zijn wapenstok. Agent Bouwman maakte met zijn sabel blijkbaar meer indruk; de groep ging er vandoor in de richting van de Molenstraat met de politie op hun hielen. Omdat enkele zich met een mes tegen arrestatie wilde weren, werden door de agenten enkele waarschuwingsschoten gelost. Drie van het stel konden toen worden aangehouden, twee sloegen alsnog op de vlucht. Vier politieagenten en de burgemeester zetten op de fiets de achtervolging in, maar vangen lukte niet. ’s Morgens konden ze alsnog worden ingerekend.

Burgemeester Marinus van Hout achtte het nodig krachtig in te grijpen. Omdat de Helmondse brigade van de marechaussee zich in legerdienst bevond, besloot hij een telegram naar de regering te zenden, met als gevolg dat er ’s nachts al vijftig militairen met een extra trein in Helmond aankwamen. Ze kregen onderdak in het gebouw van den R.K. gildenbond tegenover het klooster van de paters Kapucijnen aan de Molenstraat. De paters zouden tijdens hun verblijf voor hen koken.’s Morgens gingen de militairen al op patrouille uit. Om verdere ongeregeldheden te voorkomen maakte eerste luitenant Jos. Batta die dag bekend dat tussen 22.30 en 08.00 uur de cafés gesloten dienden te blijven. Op 13 augustus werden de zeven “deugnieten” onder geleide van drie politieagenten en drie militairen weggevoerd. Dat trok heel wat bekijks; de groep was behalve zwaar geboeid ook nog eens aan elkaar verbonden. Zo ging het te voet naar Eindhoven om daar met de trein naar Roermond te vertrekken. Op 29 september 1914 werd voor de rechtbank in Roermond het vonnis geveld: Vier kregen 6 maanden, de andere twee respectievelijk drie en twee maanden.

Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven.  

Reactie plaatsen

Naam

E-mail

Bericht

Reacties worden geladen...
Ontdekken
De oorlogen in de 16de en 17de eeuw
Rechts de achterzijde van het jongenspatronaat. Fotograaf onbekend.
Kluisstraat 10.
Tolpoststraat in Helmond. Fotograaf onbekend.
images/hourglass.png

ZOEKEN...